Over de tijd verandert er echter vaak veel in de omgeving van de organisatie. Er komt nieuwe technologie, nieuwe (vormen van) concurrentie of nieuwe wet- en regelgeving. De organisatie wordt uitgedaagd om hierop adequaat te reageren. Daarnaast ontwikkelt zij vaak ook zélf -pro-actief- nieuwe ambities. Zij innoveert haar producten of diensten of ziet mogelijkheden om nieuwe markten te betreden. Tezamen stellen die nieuwe ontwikkelingen en die nieuwe ambities nieuwe eisen aan de organisatie. Om ook in de nieuwe realiteit effectief te kunnen opereren moet zij daarom vaak ook nieuwe kwaliteiten of vermogens ontwikkelen. Vermogens die (nog) niet in dat DNA aanwezig zijn. De organisatie staat dan voor een collectieve ontwikkelopdracht: er moet gezamenlijk iets nieuws worden aan- of bijgeleerd om goed aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen. Echte co-creatie, dus. Zo niet, dan dreigt men gaandeweg de aansluiting bij de omgeving te verliezen en staat uiteindelijk ook haar voortbestaan op het spel. Dit is daarom wat wij verstaan onder strategische organisatie-ontwikkeling: het samen vormgeven, aanleren of versterken van noodzakelijke nieuwe collectieve kwaliteiten. Het gaat hierbij dus echt om iets collectiefs, iets dat je samen te ontwikkelen hebt.
Lamarck helpt organisaties bij het identificeren van en het werken aan die grote, gezamenlijke strategische opgaves. Dat is wel chefsache. Lamarck werkt daarom uitsluitend samen met de top van de organisatie om aan de brede ontwikkelopgaven te werken die rechtstreeks zijn afgeleid uit de organisatie-strategie. Zo focussen we de beschikbare ontwikkelenergie direct op de grote uitdagingen. En dus op overleving.