Artikel

Samenwerken aan de duurzaamheidstransitie: een dialogische ontwerpaanpak voor netwerken

Het netwerkvermogen tot co-creatie wordt dé cruciale meta-competentie voor de komende jaren. Maar hoe faciliteer je zo'n collectief verander- en leeravontuur zonder te vervallen in starre blauwdrukken?

De duurzaamheidstransitie vraagt bredere en dynamischer vormen van samenwerking tussen uiteenlopende partners. Het geleidelijk vormgeven van zo’n complexe samenwerking is daarom op te vatten als een multi-level verander- of ontwikkeltraject. We presenteren in dit boekhoofdstuk hiervoor een pragmatische ontwerpaanpak (Engage!), die is ontleend aan de dialogische veranderkunde.

De grote maatschappelijke en klimaatuitdagingen van deze tijd zijn zo veelomvattend dat organisaties de benodigde vernieuwingen simpelweg niet meer op hun eigen eilandje kunnen realiseren. Ze moeten dit doen in nauwe afstemming met klanten, leveranciers, kennisinstellingen en overheden. Pasklare oplossingen liggen bijna nooit kant-en-klaar op plank; ze moeten gaandeweg, via experimenten en ‘samen leren’, ontdekt worden.

Het netwerkvermogen tot co-creatie wordt daardoor dé cruciale meta-competentie voor de komende jaren. Maar hoe faciliteer je zo’n collectief verander- en leeravontuur zonder te vervallen in starre blauwdrukken?

De dialogische ontwerpaanpak in 4 stappen

Uitgaande van de dialogische veranderkunde (Bushe & Marshak) en onze Engage!-methode (Van Olffen, Maas & Visser), stellen we een pragmatische werkwijze in vier stappen voor om netwerksamenwerking vorm te geven:

  1. Samen het ‘grote verhaal’ van de samenwerking ontwikkelen: Organiseer via grootschalige dialoogvormen (zoals Appreciative Inquiry of World Café) bijeenkomsten met alle relevante partners. Bouw aan een gemeenschappelijke visie door vragen te beantwoorden over de noodzaak, de ultieme droom, de succescriteria en de unieke troeven die elke partij meebrengt.
  2. Ieders rol én de bijbehorende leeragenda vaststellen: Ga voorbij globale intenties en maak expliciet wat je elkaar ziet doen in de ideale samenwerking. Omdat dit voor iedereen nieuw is, formuleert elke partner zijn eigen leeropgave: “Wij moeten voor het effectief gaan spelen van deze rol in de samenwerking leren meer te worden…”
  3. Vertaal leeropgaves in concrete omslagen (Filmtest & Omslagenbord): Voorkom dat ambities op een abstract niveau blijven hangen. Pas de ‘filmtest’ toe: als we over een paar jaar met een camera meelopen, wat zien we mensen dan concreet anders doen? Vertaal dit vervolgens naar een omslagenbord waarin niet alleen gedrag verandert, maar ook overtuigingen, waarden en identiteit worden meegenomen.
  4. Faciliteer de gedragsomslagen organisatiebreed: Vestig een veilig leerklimaat waarin geëxperimenteerd mag worden en lessen actief worden gedeeld. Evalueer regelmatig (minstens elke drie weken) wat er lukt en wat nog schuurt – niet alleen intern, maar juist ook tussen de netwerkpartners onderling.

Een spiegel vanuit de praktijk: New Energy Coalition (NEC)

Om deze ontwerpaanpak te toetsen, hebben Marieke Abbink-Pellenbarg (CEO New Energy Coalition) en ik de methode gelegd naast een indrukwekkend praktijkproject: Waterstof Werkt. Binnen dit consortium werken 25 partners – van MBO, HBO en Universiteit tot overheden en bedrijven – samen aan het scholen en omscholen van duizenden vakspecialisten voor de Noord-Nederlandse waterstofeconomie.

Wanneer we de praktijk van NEC spiegelen aan onze dialogische ontwerpaanpak, zien we een aantal boeiende inzichten:

  • Inhoudelijke sturing vs. procesfacilitatie: Waar onze theoretische ontwerpaanpak sterk procesgericht en ’emergent’ is (partners bedenken samen vanuit het grote verhaal de projecten), treedt een netwerkorganisatie als NEC in de praktijk vaak veel inhoudelijker en sturender op. NEC pakt als initiator en kennismakelaar de regie om het consortium te bouwen en het projectdoel scherp neer te zetten.
  • Focus op techniek vs. leren samenwerken: In projecten zoals Waterstof Werkt zijn de inhoudelijke en technische doelen en verantwoordelijkheden tot in de puntjes strak afgesproken. Bedrijven bieden stageplekken en co-financiering; kennisinstellingen ontwerpen doorgaande leerlijnen. Wat echter vaak onderbelicht blijft, is het leerproces over het samenwerken zelf. Verschillende organisatieculturen (zoals de dynamiek van een MBO versus een universiteit of een commercieel bedrijf) eisen dat partijen hun eigen rol, overtuigingen en gedrag herzien.
  • Van impliciet naar expliciet leren op netwerkniveau: In de praktijk leren partners ontzettend veel over samenwerken, maar dat gebeurt nu nog vaak impliciet en ‘lokaal’. Door vooraf ook samenwerkingsdoelen en leeropgaves te formuleren (Stap 2 en 3), en hier tussentijds expliciet op te reflecteren, kan die waardevolle ervaring beter geborgd worden op het niveau van het gehele netwerk.

Conclusie

De transitie naar een duurzame samenleving is geen traject dat je met een blauwdruk kunt dicteren. Het welslagen staat of valt met het vermogen van uiteenlopende partijen om samen te leren en zich aan te passen. Door de inhoudelijke projectdoelen te koppelen aan een dialogisch verander- en leerpad, transformeren we netwerksamenwerkingen van een puur organisatorische opgave naar een echt collectief ontwikkelavontuur!

Lees het volledige boekhoofdstuk: Netwerksamenwerking in de duurzaamheidstransitie (PDF) →

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte.

Enkele keren per jaar een essay of aankondiging — geen ruis.